‘We hadden het vermoeden dat containerreders de kartelwetgeving overtraden’

Posted by
Category:

Wat betekent het einde van de block exemption voor de containerreders (CBER) in de praktijk? Lees hieronder de visie van Godfried Smit, secretaris-generaal European Shippers’ Council.

‘We zijn jarenlang bezig geweest om dit resultaat te bereiken. Belangrijk voor ons is een gelijke uitgangspositie voor de verschillende marktdeelnemers. Het is ongewenst als één marktdeelnemer beschermd wordt door wetgeving die het mogelijk maakt om eigenlijk dingen te doen die onder de normale regelgeving niet kunnen. Nu de CBER wordt afgeschaft, blijft het uiteraard mogelijk voor reders om samen te werken, maar dan alleen onder eerlijke omstandigheden.

Zo is het voor ons verladers ook niet mogelijk om gezamenlijk containervervoer in te kopen zonder dat de mededingingsautoriteiten ons daarbij in de gaten houden. Het is bovendien niet toegestaan dat wij onderling praten over prijzen of marktverhoudingen, dus waarom zouden reders dat wel mogen? Nu is er dus een gelijk speelveld en dat doet recht aan de gelijkheid van contractpartijen in de markt.

De argumenten die de commissie aanhaalt, spreken duidelijke taal. Er is een periode geweest, met name de afgelopen jaren, waarin door reders behoorlijk goed is verdiend. Ze hebben weer voldoende vlees op de botten om eventuele magere jaren door te komen. In het verleden hadden ze misschien nog wel wat extra bescherming nodig, bijvoorbeeld via de CBER, maar in de huidige marktcondities is dat achterhaald.

Bij de kleinere bedrijven zag je de afgelopen jaren dat rederijen hen soms dwongen op de spotmarkt in te kopen. Langere termijncontracten werden eigenlijk alleen nog gegund aan de grotere bedrijven. We hopen dat voortaan de positie van het mkb verbetert nu de reders meer op hun tellen moeten gaan passen. Er wordt namelijk nauwer gekeken wat wel en wat niet mag.

Uiteindelijk gaat het onze leden om prijs én goede service. Die lieten allebei de laatste jaren te wensen over. Afvaarten en ETA’s waren soms erg onbetrouwbaar. Timetables van reders waren in de praktijk alleen een aanwijzing wanneer men zou komen. Daar heeft men echt steken laten vallen.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat er straks weer een race to the bottom ontstaat. It takes two to tango; wij verladers moeten ook een eerlijke prijs betalen. Om die te kunnen bepalen, is er transparantie nodig, zodat je inzicht hebt in de daadwerkelijke kosten.

Voorheen hadden we wel het vermoeden dat reders de kartelwetgeving overtraden, maar we hebben nooit een smoking gun gevonden die inbreuk kon bewijzen. Nu de CBER wordt afgeschaft, verwacht ik dat de transparantie toeneemt. En dat is al een grote stap voorwaarts. Al hopen we wel dat de Europese Commissie ook zelf actief de gedragingen van reders gaat volgen om naleving van de wet te garanderen.’